Recensie van Volg je hart. 12.000 kilometer door Zuid-Amerika van Dirk van Asselt
Volg je hart. 12.000 kilometer door Zuid-Amerika is een boek dat ik wel móest lezen. Ik ken schrijver Dirk van Asselt sinds kort, en dat is niet toevallig: de fietsreis door Zuid-Amerika waar Volg je hart over gaat, is ook van de Tour d’Afrique-organisatie; de reis die Dirk in 2009 maakte is een soort Tour d’Afrique, maar dan op een ander continent. Oftwel: er is bij mijn weten geen boek zo nauw verwant aan mijn Afzien voor Beginners als dit Volg je hart. Vandaar.
En ik heb het non-stop uitgelezen. Steeds aan het vergelijken: wat is er tijdens de ‘Vuelta Sudamericana’ hetzelfde als bij de Tour d’Afrique, wat is er anders? Hetzelfde is dat het een lange, zware fiets-groepsreis is, deels over onverharde wegen, en door een mooi en interessant, maar zeker niet alleen maar leuk en makkelijk continent. Zwaarder dan de Tour d'Afrique vanwege de vele hoogtemeters en ook door veel slecht weer met regen en tegenwind. Lichter omdat de voorzieningen beter zijn: bushcamps zijn een uitzondering, veel vaker zijn er campings en zelfs hotels. Zwaarder omdat dit een experiment was: het was in 2009 de eerste keer dat deze route op het programma stond. Lichter omdat de groep klein en overzichtelijk was.
Hetzelfde zijn ook mensen: dezelfde ‘grote baas’ Henri van de TdA, drie bekende stafleden, hier bij hun echte naam genoemd en soms in een net iets andere rol en ongetwijfeld in een makkelijkere positie dan tijdens onze reis. Randy die (op p. 183/184) de groep weet te inspireren met een halverwege-speech… dat kan dus toch? Bij ons kreeg hij dat niet voor elkaar. En daarbij een groep met z'n plussen en z'n minnen, al gaat Volg je hart daar niet heel diep op in.
Anders en voor mij een beetje een schok is dat er af en toe stukjes in het programma zaten waarbij het de bedoeling was dat iedereen een eindje met de truck zou reizen. Waar EFI bij de Tour d’Afrique betekent dat je letterlijk elke inch tussen Caïro en Kaapstad hebt gefietst, betekent dat bij de 'Sud Vuelta' dat je alle inches die op het programma stonden hebt gefietst. Maar dan heb je dus ook op de truck gezeten, want dat ‘moet’ soms, of kan niet anders.
Ik lees dus met veel vergelijking en herkenning, en een enkele keer ook wat nieuws. Interessant vind ik de gedachte dat de landschappen ’s ochtends op hun mooist zijn, en het erop lijkt dat in de middag de zwaarte van de fietsdag en het aftellen naar het kamp het genieten van de omgeving in de weg staan. Ik had dat zelf niet zo in de gaten, maar ik denk wel dat het klopt. Mijn twee meest indringende landschapservaringen, één in Ethiopië en één in Namibië, waren ’s ochtends vroeg, heel kort na vertrek. En ik kan me ook wel herinneren dat ik soms ’s middags alleen maar aan het verlangen was naar de finish-vlag.
Overeenkomst is ook dat de reis zowel Dirk als mij heeft geïnspireerd tot reflectie op onszelf, anderen en het leven. Het boek gaat daarover, en daarmee is het, net als Afzien voor beginners, een ‘ander’ fiets- of reisboek. Zoals ik in de inleiding van Afzien voor beginners schrijf, viel mij op aan de meeste fiets-reisboeken dat ze gaan over hoe lang het was en hoe ver en wat voor gekke dingen je onderweg ziet, maar weinig over wat de fietser drijft of hoe hij/zij zich ontwikkelt, laat staan over het waarom van zo’n zware tocht. In Volg je hart gaat het daar wel over, en daar ben ik blij mee – zo zou er vaker geschreven moeten worden.
Maar zoals vaker heeft zo’n sterk punt ook een keerzijde: wat mij betreft is Volg je hart wat navelstaarderig. Deels is dat denk ik een schrijfprobleem. Sommige passages zijn te belerend, zoals de negen pagina’s die uit een chakra-leerboek lijken te komen (p. 113-122), of het kader met het advies (aan de lezer?) om je meer te bezinnen (p. 309). Soms is er te veel ‘tell’ en te weinig ‘show’ (‘Ik fiets met al mijn zintuigen op scherp. Ik ruik, zie, hoor en voel alles en dan ook nog heel intens en in elke vezel’, p. 91/92)). Binnen de chronologie is de structuur 'van alles en nog wat’, en ten slotte wemelt het boek van de spel-, interpunctie- en andere kleine fouten. Alles bij elkaar maakt dat de tekst schrijvergericht is, in plaats van lezergericht, en dat geeft de navelstaarderige indruk. Gelukkig leest het wel vlot.
Daarnaast is de ‘volg je hart’-boodschap, die in het boek belicht en uitgewerkt wordt, mij wat te eenzijdig. Een passage in het boek maakt helder wat mijn bezwaar is, en ik vind het dan ook de interessantste passage van het hele boek, op p. 150/151. Van Asselt droomt een keer over hoe een schone dame hem in verleiding brengt. Als hij op dat moment echt zijn hart zou volgen, zou hij overspel plegen: hij heeft thuis een vriendin. Dus houdt hij in zijn droom zijn hoofd erbij, en blijft zijn vriendin trouw. Dat laat zien dat alleen je hart volgen net zo eenzijdig is als alleen je hoofd volgen; de kunst is om de twee kapiteins op je schip goed met elkaar te laten samenwerken. Maar dat is mijn conclusie; in het boek gaat het een andere kant op (wel een heel verrassende trouwens!).
Volg je hart ademt de sfeer uit van iemand die nog maar net heeft ontdekt dat hij naast een hoofd ook een hart heeft. Ik kan me Van Asselts enthousiasme over die ontdekking voorstellen – maar ik vind het wel wat veel om dat 300 pagina’s lang te moeten delen. Maar ook wel mooi: Van Asselt gaat ver in zichzelf laten zien, en dat moet je maar durven en willen. Dat het misschien niet mijn manier is, of dat mijn levensvisie anders is, dat geeft niet, want verschil mag er zeker zijn. Mijn bezwaar tegen een boel andere reisboeken is juist dat je de persoon van de schrijver amper leert kennen. Dat bezwaar geldt bij Volg je hart zeker niet. Het boek is dus beslist de moeite waard.
En oja, hierover nadenkend de afgelopen week moest ik af en toe erg lachen als ik billboards zag van de huidige reclamecampagne van Tiodos.